DIT HIER NU

Woorden die wijzen naar dat wat is
voordat de woorden ernaar wijzen.

Woorden die wijzen naar dat wat is
voordat je er wat van kunt vinden.

‘Dit, hier, nu’
Het eeuwige antwoord op elke vraag.
Het enige antwoord van de enige leraar.

De mystieke ervaring mag dan levensecht zijn, het lijkt wel of zij corrupt wordt zodra er verslag van wordt gedaan. Zodra alles wordt opgeschreven, of op een andere manier weergegeven, begint de dwaling. Zo ontstaan disciplines, doctrines en uiteindelijk religies die in hun belijdenis alleen nog maar bewijzen dat ze het niet hebben verstaan. Als zodanig kun je deze tekst beschouwen als de eerste aanzet tot dwaling. Een verleiding om je te richten op woorden en ideeën die je weer verleiden om over iets na te denken, dat je alleen kunt ervaren wanneer je niet nadenkt.

Bewustzijn is helder, concreet en feitelijk maar zogenaamde ‘spiritualiteit’ wordt vaak beleefd in zweverige of emotionele sessies waarbij innerlijke waarheid op een God, een persoon, een filosofie of een handeling wordt geprojecteerd. De ontdekking van het zelf wordt tot object gemaakt en geoutsourced: er wordt een God of een goddelijke toestand voorgesteld die altijd iets anders is dan ik.

Maar als ik het zelf niet hoef te zijn, hoe kan er dan ooit sprake zijn zelfrealisatie? Zolang ik het zelf nog niet hoef te zijn is al mijn pogen slechts een veilig dribbelen op de hoge duikplank, zonder een sprong te hoeven wagen. Op deze manier kan ik ‘God’, ‘religie’ of ‘spiritualiteit’ gebruiken zonder ooit bij mezelf uit te komen. Ik ben dan de eeuwige onwetende of de zondaar en daar aan de horizon (of na de dood) gloort dan de goddelijke staat.

Hoe meer ik mijn natuurlijke staat als iets buiten mezelf beschouw, hoe verder ik ervan verwijderd ben. Daarom is iedere stap ernaartoe altijd de eerste stap ervandaan. Zolang ik het buiten mezelf zoek hoef ik iig nog niet met de billen bloot.

Zelfrealisatie heeft niets met ‘God’, ‘religie’ of ‘spiritualiteit’ te maken. Het heeft te maken met de wijze waarop ik het hier en nu beleef. Binnen dat hier en nu zijn ‘God’, ‘religie’ en ‘spiritualiteit’ slechts ideeën die komen en gaan. Hersenspinsels die ik kan vervangen door om het even welke andere hersenspinsels zoals bijvoorbeeld ‘plant’, ‘huis’ of ‘gras’. Het zijn maar woorden en ideeën. Het gaat om het bewuste zijn, niet om de woorden en ideeën die in dat bewuste zijn plaatsvinden.

Zelfrealisatie is je realiseren wat dat ‘zelf’ behelst. Niet de persoon, niet de denker, niet de wereld, maar zijn waarin persoon, denker en wereld plaatsvinden. Niet de meditatie, de leraar of de God maar zijn waarin meditatie, de leraar en God plaatsvinden. Alles waar ik me nu bewust van ben, dat ben ik. Ook die boom daar in de verte. Alles waar ik me nu bewust van ben, is ‘zelf’. Simpelweg omdat het zonder dat zelf niet zou bestaan. Zijn is zelf.

Je realiseren wat je bent zou je kunnen zien als een psychologisch trucje om tot een ander point of view te komen; tot een ruimer bewust zijn. Er bestaat geen mysterie. Het mysterie is slechts een creatie van het verstand dat net doet alsof er iets bestaat wat ik wel, en iets wat ik niet kan begrijpen. Uiteindelijk is alles precies zoals het zich aan mij voordoet voordat mijn verstand het probeert te begrijpen. Dit. Hier. Nu. Het mysterie bestaat alleen voor het verstand. Er is geen God die me gaat redden want de God die me gaat redden is slechts een idee binnen het bewuste zijn waarin ik eeuwig veilig ben. Tenzij ik me door het verstand laat wijsmaken dat het niet zo is.

Er is steeds alleen maar dit, hier, nu, en dat is alles wat er is en dat ben ik. Het is precies zoals het zich voordoet voordat mijn verstand ermee aan de haal gaat en er een mysterie van maakt. Dat wat ik ‘ik’ noem is geen persoon in een lichaam in een wereld maar puur zijn waarin persoon, lichaam en wereld verschijnen. En dat alles dat ben ik en dat alles is één.

De bekende vraag: ‘wanneer een boom in een bos omvalt en niemand is er getuige van, is die boom dan omgevallen?’ zou daarom beter als volgt kunnen worden geformuleerd: ‘wanneer een boom in een bos omvalt en niemand is er getuige van, voor wie is die boom dan omgevallen?’

Als zodanig bestaat er voor mij niets wat ik niet ben.

Tat tvam asi